"Planned Obsolescence"

"Planned obsolescence" (met de klemtoon op de derde lettergreep) is, volgens de definitie van The Economist, "a business strategy in which the obsolescence (the process of becoming obsolete—that is, unfashionable or no longer usable) of a product is planned and built into it from its conception. This is done so that in future the consumer feels a need to purchase new products and services that the manufacturer brings out as replacements for the old ones".

Het concept wordt bij ons dikwijls omschreven als "geplande veroudering" of "geprogrammeerde veroudering". Ik vind dat "veroudering" de lading niet helemaal dekt. Veroudering is een automatisch proces waarvoor je niets speciaals moet doen. Het kan geen deel uitmaken van een gewiekst plan. Een mens van honderd of een koffiemolen van twintig kan je moeilijk veroudering aanwrijven. "Geplande voortijdige veroudering" lijkt mij in dit opzicht beter.

Soms gebruikt men ook de term "geplande slijtage", maar het probleem waarover wij praten is in vele gevallen niet te wijten aan slijtage. Bij de inkt in de printer of de jas die uit de mode is, is geen sprake van slijtage.

"Geprogrammeerde onbruikbaarheid" of "ingebouwde onbruikbaarheid" lijkt mij dan beter -maar 't is te lang om veelvuldig in de mond te nemen in een discussie (de wereld valt stil terwijl je het zegt). Misschien omschrijft de term "ingeperkte gebruiksduur" het probleem nog het best. Het is niet de levensduur die wordt gereduceerd (het ding werkt in vele gevallen nog, als je er de juiste batterij voor vindt of nieuwe inkt koopt), het is de gebruiksduur die werd ingeperkt. "Ingeperkt" geeft beter de actieve intentie weer dan "gereduceerd".

Ending the Depression through Planned Obsolescence

Dat was de titel van het pamflet dat Bernard London publiceerde in 1932, midden in de Grote Depressie. Hij was het die de term "planned obsolescence" voor het eerst gebruikte. London zag het als een manier om uit de toenmalige economische problemen te komen. Want "worn-out automobiles, radios, and hundreds of other items which would long ago have been discarded and replaced in more normal times, are being made to last another season or two or three, because the public is afraid or has not the funds to buy now." en dat hielp de economie niet vooruit. Als de gebruiksduur van goederen wettelijk zou worden beperkt, en als mensen zouden worden belast op het buitenwettig lang gebruik van die goederen, dan zouden de fabrieken al snel opnieuw op volle toeren draaien en was de crisis opgelost.

Bestaat het?

Waarom zou een fabrikant opzettelijk de gebruiksduur van zijn producten inperken? Stel dat je een koffiemachine koopt die het na 4 jaar begeeft ... zou je dan opnieuw een toestel kopen van dat merk? Misschien doe je dat nog één enkele keer, maar als ook dat beestje het vroegtijdig begeeft, koop je aan ander merk. En als je bent zoals ik, laat je dat aan iedereen weten ook.

Irrationele merktrouw bestaat wel degelijk ...

De realiteit heeft vele facetten.

Mijn oom en tante kochten indertijd (lang, lang geleden) een Fiat. Ze waren daar niet tevreden over; ze konden -met een mengeling van scherts en droefenis- urenlang vertellen over de problemen die ze ermee hadden.

De opvolger van hun Fiat werd ... opnieuw een Fiat. Als je hen vroeg waarom ze na al die voorgaande ervaringen opnieuw voor datzelfde merk opteerden, verwezen ze naar hun garagist die hen een onweerstaanbare overnameprijs bood voor hun probleemauto met als enige voorwaarde: de aankoop van een nieuwe Fiat. De recente modellen leken trouwens veel degelijker.

Zo hebben ze zich 4 keer op rij en in een relatief korte tijdsspanne een nieuwe Fiat aangeschaft. En al konden ze er dan urenlang over vertellen, over geen van deze voertuigen waren ze te spreken.

... maar kent zijn grenzen

Er kwam pas een einde aan deze saga met de Fiat Ritmo. (Ervaringsdeskundigen weten wat wij bedoelen, we gaan er niet over uitweiden.) Na minder dan een jaar hebben ze de verroeste resten van dit vehikel ingeruild voor een tweedehandse Volkswagen van hun vertrouwde Fiat-garagist, die de bui al een tijd had zien hangen en zich nu specialiseerde in tweedehandse niet-Fiats.

Het kan dus wel degelijk: een ontevreden consument die trouw blijft aan een merk waarover hij niet tevreden is. Maar het gebeurt nooit zo maar:

De ingebouwde chip

Sommige mensen zijn ervan overtuigd dat fabrikanten soms met opzet één minderwaardig onderdeel inbouwen in hun toestellen, eentje dat gegarandeerd vroegtijdig de geest geeft, als het kan net na de garantieperiode. Als dat onderdeel voldoende moeilijk te herstellen is, zal de consument verplicht zijn om een heel nieuw toestel te kopen.

Het is eenvoudig te bewijzen dat dit alleen een broodje aap-verhaal kan zijn. In plaats van één minderwaardig onderdeel temidden van een zee van beter, zal de fabrikant immers beter alle onderdelen vervangen door minderwaardige troep. Het heeft geen zin om een wasmachine te maken waarvan zowel de trommel als het elektrisch circuit berekend is op 10 000 wasbeurten, en de watertoevoer het begeeft rond beurt 1000. De fabrikant kan in dat geval beter ook een rommeltrommel en een circuit van "1500 wasbeurten max." installeren: pure winst en niemand die het verschil zal merken want het toestel is tegen dan al buiten gebruik door problemen met de watertoevoer. De rationele fabrikant, inbegrepen de rationele bedrieger, zal er naar streven om de kwaliteit van alle onderdelen op mekaar af te stemmen; daardoor maximaliseert hij zijn profijt.

Enkele kandidaten voor "planned obsolescence"

De kledingindustrie

Het artikel van "The Economist" noemt panty's die ladderen een klassiek voorbeeld van geplande slijtage. Consumenten waren verplicht om voortdurend nieuwe kousen te kopen, en de fabrikanten deden om die reden weinig moeite om te zoeken naar een oplossing.

Dit lijkt mij onjuist. Nylon kousen ladderen doorgaans snel -en de fabrikant die daaraan iets kan doen, heeft de markt onmiddellijk voor zich. Ik lees echter elders dat kousen met "ladderstop" er minder mooi uitzien dan laddergevoelige en dat verandert de zaak. In dat geval heb je immers de keuze tussen "een beperkte levensduur" en "sterk maar minder mooi". Dat heeft niets met "planned obsolescence" te maken: je kiest in dit geval voor het uitzicht.

Heeft het trouwens in onze maatschappij wel zin om kleding te maken die lang meegaat? De kledingindustrie drijft op mode. Zodra iets uit de mode is, draagt niemand het nog, zelfs al is het in prima staat. Kijk maar eens in je kleerkast.

Hier kan dus vooral de consument zelf met de vinger gewezen worden.

De computerindustrie

"The Economist" haalt ook de computerindustrie aan als een typisch voorbeeld van het concept. Er worden twee voorbeelden gegeven.

Vooreerst: de printer verklaart jouw inktpatroon te gepasten tijde leeg, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is.

Dit lijkt mij inderdaad een typisch voorbeeld van een onterecht ingeperkte gebruiksduur. Duizend keer foei.

Ten tweede: nieuwe software is erop berekend om de gebruikers van de vorige versie de indruk te geven dat hun software plots minder waard is geworden.

Dit is ingewikkelder. Zolang de oude versies blijven werken is er m.i. niets aan de hand. De WordPerfect gebruiker van de jaren 80, begin jaren 90 kan vandaag de dag nog steeds teksten intikken met zijn WordPerfect kopie; de SCSI-fanaat kan vandaag de dag nog steeds zijn SCSI-apparatuur aansluiten; en USB1 functioneert nog zoals weleer, traag maar zeker. Net zoals de typemachine en de videorecorder verliezen ze jaar na jaar aan nut maar er is geen sprake van bedrieglijk opzet: het is de markt die evolueert, niet de software of de stekker.

Voor software is er dikwijls nog een bijkomende complicatie: je deelt je bestanden met anderen. Als een kritische massa rond jou is overgeschakeld op een nieuw formaat, dan wordt de druk op jou erg groot om ook over te schakelen en iedereen de gelegenheid te geven om de software met de nieuwste features ongebreideld te benutten.

Apparaten met batterijen

Toestelspecifieke batterijen zijn wat mij betreft het voorbeeld van een ingeperkte gebruiksduur. Je vindt ze overal: in fototoestellen, babyfoons, telefoontoestellen, tablets, smartphones... en ze verslijten zowel bij gebruik als bij niet-gebruik. Als de batterij vastgelijmd is aan het toestel en niet kan vervangen worden, is het apparaat ten dode opgeschreven: de levensduur wordt beperkt door de per definitie beperkte levensduur van de batterij. Maar ook als je de batterij kan vervangen, en je de levenscyclus dus nog kan verlengen door een nieuwe te kopen, komt er gegarandeerd een voortijdig einde aan het sprookje. Want eens komt de dag dat je te horen krijgt van de verkoper dat het desbetreffende type batterij helaas niet meer wordt gefabriceerd. En dan is het over en uit met het hele toestel.

Als je de keuze hebt tussen een toestel met een merkspecifieke batterij of eentje met standaard batterijen (AA of AAA), twijfel dan niet. Een babyfoon die werkt op AA batterijen zal over één generatie met een nieuw setje AA(A)'s nog beter werken dan nu. Die met ingebouwde batterij zal alleen nog werken aan het stopcontactinfuus.

Duurzaamheid van LED lampen

De Nederlandse consumentenbond heeft de duurzaamheid van 24 LED-lampen (afkomstig van 13 fabrikanten) getest. Van elke lamp kochten zij 5 exemplaren. Alle lampen zouden volgens de verpakking minstens 10 000 uren meegaan, de meeste zelfs meer dan 20 000 uren. Ondertussen zijn die 20 000 uren gepasseerd, en 75% van de lampen doet het nog steeds. Dat is dus positief. Eenzelfde test, begonnen in 2013, gaf veel slechtere resultaten: toen haalden ruim een kwart van de lampen de 10 000 uur niet.

Goede merken lijken Osram, Philips en Panasonic en de lampen van de Hollanders (Heijn, Kruidvat en Hema -maar hier kan de fabrikant natuurlijk wisselen van jaar tot jaar).

De grote lampensamenzwering

Eind 1924 sloten grote lampenfabrikanten (uit Duitsland, Nederland, Frankrijk en de US) een onderling akkoord om de levensduur van hun lampen te beperken tot 1000 uur (terwijl hun lampen eigenlijk 1500 tot 2000 uren konden branden). Het verhaal is bekend onder de naam The Great Lightbulb Conspiracy. De consument werd daardoor gedwongen om sneller een nieuwe lamp te kopen. De overeenkomst kwam echter steeds meer onder druk te staan omdat de concurrentie niet stil zat -en omdat het illegaal was natuurlijk. De tweede wereldoorlog maakte definitief een einde aan het perfide bondgenootschap.

Een schoolvoorbeeld van "planned obsolescence"! Een samenzwering zoals toen lijkt heden ten dage gelukkig bijna onmogelijk maar ... wie zal het merken als een LED-lamp gemaakt is om 15 000 uur mee te gaan in plaats van de beloofde 20 000?

Technische evolutie

Zoals eerder al aangehaald: de techniek en de technische standaarden evolueren snel. Zou je een auto willen die gemaakt was om 25 jaar mee te gaan als je daarvoor flink extra moest betalen? Ik denk het niet. Zou je in 2015 nog de baan op willen in een auto uit het jaar 1990, zonder airbags, zonder ABS, eentje die op de crashtests 0 op 5 haalt wegens "knie bestuurder verbrijzeld", "groot risico op hoofdwonde" etc.? Een auto die daarenboven 2 liter extra verbruikt per 100 km en elke 5000 km naar de garage moet voor onderhoud?

Hetzelfde voor de computers: het heeft geen zin om een dure computer te bouwen met 30 jaar garantie op de cpu, de harde schijf en het ventilatiesysteem, want na 10 jaar wil niemand 'm nog. Hij is technologisch achterhaald. Dat geldt in min of meerdere mate ook voor andere elektrische apparaten.

Het hangt af van de technische evolutie of een werkend toestel nog echt bruikbaar is of niet. Dat heeft te maken met energieverbruik (het zogeheten "ecologische argument"), veiligheid, nieuwe standaarden, ...

De politiek

Ik lees dat Groen, Test-Aankoop en natuurlijk ook minister Peeters elk iets willen doen aan het "planned obsolescence" probleem.

Groen wil dat de fabrikanten op de verpakking van hun producten het "verwacht aantal gebruiksjaren" zouden vermelden. Erg naïef. Onlangs kwam het in het nieuws dat de energiescores van huishoudtoestellen die worden geadverteerd (A++, A+, A, ...) in vele gevallen niet met de realiteit overeenstemmen. Er is ook omzeggens geen controle op, daar is geen geld voor in België. Merk op dat dit om een simpele meting gaat -één die jij en ik thuis ook kunnen uitvoeren. Op de emissie van een Volkswagen is wel controle, maar de meettoestellen werden jarenlang misleid. En Groen zou een "verwacht aantal gebruiksjaren" willen zien, op basis van statistische kenmerken van elk onderdeel afzonderlijk, gesteld dat die gekend zijn? Succes!

Te rap kapot!

Test-Aankoop heeft in november 2016 een nieuwe website gelanceerd: Te rap kapot. Op deze website kan je als consument je verhaal kwijt over toestellen die te snel stuk zijn gegaan. Een goed initiatief om het probleem, als het al bestaat, in kaart te brengen.

Ik denk echter niet dat het meer zal opleveren dan wat anekdotische evidentie en voer voor complottheorieën.

Minister Peeters en Test-Aankoop denken dan weer aan een algemene uitbreiding van de garantie. Sommigen noemen dit "symptoombestrijding" maar de redenering is: als je langere tijd aansprakelijk wordt gesteld voor defecten, zal je minder geneigd zijn om "obsolescence" in te bouwen. Test-Aankoop eist 5 jaar garantie, in plaats van 2 jaar nu.

Kan je een fabrikant verplichten om 5 jaar garantie te geven? In België heb je op dit ogenblik een half jaar garantie op de toestellen. Na dit half jaar moet jij bewijzen dat een defect niet aan jezelf te wijten is. "Ik heb het toestel echt nooit laten vallen" of "mijn handen waren zeker niet klam toen mijn lief mij opbelde op mijn GSM om het uit te maken" volstaan niet, je moet kunnen bewijzen dat het probleem al bestond toen je het toestel aankocht en dat kan je niet. Daardoor moet je na dat eerste half jaar rekenen op de goodwill van de fabrikant. Het heeft dan ook weinig zin om die periode van twee jaar substantieel te verlengen: de fabrikant zal de toevloed aan claims verwerpen op dezelfde manier als nu. Twee jaar of 5 jaar maakt dan niet veel uit.

Er is daarenboven "aanvaardbare" slijtage. Automerken die een langere garantie aanbieden dan gemiddeld, sluiten slijtage uitdrukkelijk uit. Banden, remmen, de riem, ... allemaal slijtage, valt niet onder de waarborg. Na enkele jaren kan nog slechts een kleine minderheid van defecten niet als slijtage bestempeld worden, denk ik dan.

Het zou in vele gevallen wel zin hebben om dat eerste half jaar "echte" garantie te verlengen. Maar een oplossing voor "planned obsolescence" is het niet.

Wat moet er dan wel gebeuren?

De situatie lijkt hopeloos. Wij zijn zo gewend aan goedkope gadgets dat wij het als een aanslag op onze keuzevrijheid zouden beschouwen als alles plots dubbel zo duur werd omdat de fabrikanten verplicht worden om een in hun ogen absurd lange garantie te financieren. Wij Vlamingen, Belgen zouden nog meer in het buitenland kopen, zonder echte garantie maar wel aan halve prijs.

Daarnaast zou de kostprijs van arbeid drastisch moeten dalen als je wilt dat herstelling in plaats van vervanging een realistische optie wordt. Drastisch, niet met 20-30%. Een nieuwe (ingebouwde) DVD-rewriter voor de PC kost momenteel -begin 2016- tussen de 15 en 25 EUR (mpl.be). Let op: we spreken niet over een ordinaire CD-speler, 't is een DVD-speler die daarenboven CD's en DVD's kan branden. Het typische toestel komt ongetwijfeld uit het hele Verre Oosten; het wordt ergens gestockeerd en te gelegener tijd getransporteerd naar jou thuis. De verkoper moet er ook nog winst op hebben (en instaan voor de garantie). Een uur werk voor een computertechnicus kost in België ... 40 EUR? Dan heeft die technicus een half uur tijd om, na het aanhoren van wat er precies scheelt ("hij rammelt", "hij doet het niet", "hij schrijft geen CD's") ...

  1. je PC op te starten
  2. er zich van te vergewissen dat de ingebouwde DVD-speler inderdaad stuk is
  3. de DVD-speler uit de PC te halen
  4. de DVD-speler open te vijzen
  5. de oorzaak van het probleem trefzeker te vinden
  6. het apparaat te herstellen
  7. ... terug in te bouwen
  8. ... en er zich van te vergewissen dat alles opnieuw werkt

Daarom moeten we alvast aanvaarden dat sommige toestellen die stuk gaan niet meer hersteld worden. Als daarenboven de nieuwe DVD-speler zeker niet slechter is dan de oude (hij schrijft namelijk de allernieuwste formaten) ... en je hebt er opnieuw 2 jaar garantie bij... voor een fractie van de prijs voor een herstelling of de vervanging door een tweedehands exemplaar dat al eens stuk is geweest ... nou, wat doe je? Je geeft niet om het oude toestel, je koopt het nieuwe.

Europese regels rond vervroegde veroudering gaan over recyclage, niet herstelling

(De Morgen, 05dec2018) De Europese Commissie verzwakt haar plannen om vervroegde veroudering van elektronica tegen te gaan. Eerst wou ze producenten verplichten hun toestellen makkelijker herstelbaar te maken. Zo ver komt het niet. Een inspanning om die elektronica makkelijker recycleerbaar te maken volstaat.

Natuurlijk ziet het er allemaal anders uit als de toestellen niet of minder snel stuk zouden gaan. Maar dan zit de technologische evolutie in de weg, zoals we hierboven al hebben aangehaald. De televisie die vandaag wordt gebouwd, moet over 10 jaar concurreren met een toestel dat erg in prijs is gedaald, veel beter is qua beeldkwaliteit, en de mogelijkheden biedt die ondertussen van belang zijn geworden. Zou jij nu een klein fortuin uitgeven aan een televisietoestel dat zo goed in elkaar is gestoken dat je er over 20 jaar nog steeds kan naar kijken? Een klein fortuin? Ik zou zeggen: ja als de technologie de volgende jaren niet te snel meer evolueert. Nee als je over een tiental jaren moet vaststellen dat je met een hopeloos verouderd ding zit opgescheept waarvoor je destijds veel geld hebt betaald.

Kortom, ik denk dat met onze huidige welvaart, en de verwachtingen die daaruit voortkomen, "planned obsolescence" een natuurlijk, onuitroeibaar fenomeen is waar we allen zelf het slachtoffer van zijn aan meedoen.

Bronnen:

Gemaakt om stuk te gaan
Uit MO* magazine
Planned obsolescence
The Economist
En toen ging het licht uit!
The Great Lightbulb Conspiracy
e.a. ...